Wat zijn de bezittelijke voornaamwoorden in het Spaans?

Bezittelijke voornaamwoorden in het Spaans, ook wel "pronombres posesivos" genoemd, worden gebruikt om aan te geven dat iets aan iemand toebehoort of in verband staat met een bepaald persoon. Net als in het Nederlands stemmen deze voornaamwoorden overeen met de persoon (eerste, tweede of derde persoon) en het getal (enkelvoud of meervoud) van het onderwerp dat iets bezit. Bovendien stemmen ze ook overeen met het geslacht (mannelijk of vrouwelijk) van het zelfstandig naamwoord waar ze naar verwijzen.

De Spaanse bezittelijke voornaamwoorden zijn:

Eerste persoon enkelvoud:

Mannelijk enkelvoud: mi (mijn)

Vrouwelijk enkelvoud: mi (mijn)


Tweede persoon enkelvoud (informeel):

Mannelijk enkelvoud: tu (jouw)

Vrouwelijk enkelvoud: tu (jouw)


Tweede persoon enkelvoud (formeel) en derde persoon enkelvoud:

Mannelijk enkelvoud: su (zijn, haar, uw)

Vrouwelijk enkelvoud: su (zijn, haar, uw)


Eerste persoon meervoud:

Mannelijk enkelvoud: nuestro (ons/onze)

Vrouwelijk enkelvoud: nuestra (ons/onze)


Tweede persoon meervoud (informeel):

Mannelijk enkelvoud: vuestro (jullie)

Vrouwelijk enkelvoud: vuestra (jullie)


Tweede persoon meervoud (formeel) en derde persoon meervoud:

Mannelijk enkelvoud: su (hun, uw)

Vrouwelijk enkelvoud: su (hun, uw)


Voorbeelden van zinnen met Spaanse bezittelijke voornaamwoorden:

Este es mi libro. (Dit is mijn boek.)

Tu chaqueta está en el pasillo. (Jouw jas hangt in de gang.)

Ellos adoran a su gato. (Ze zijn gek op hun kat.)

Reactie plaatsen